logo Institut für
Systemdynamik & Dialog
 
Klicken Sie hier für Deutsch
Systemisch werk met familieopstellingen, organisatieopstellingen en supervisieopstellingen
Begeleiding van dialoog - processen in teams, groepen en organisaties
 
Kaiserbrunnstrasse 6  |  3021 Pressbaum, Oostenrijk   |  +43 (0)676 9354312

Oorsprong

Het systemisch opstellingenwerk vindt zijn oorsprong in verschillende stromingen binnen de gezinstherapie, systeemtherapie, transaktionele analyse, psychodrama, en het systemisch konstruktivisme. Het was de duitste psychotherapeut Bert Hellinger, die zich door deze verschillende richtingen liet inspireren, en van daaruit de systemisch fenomenoligische werkwijze met familieopstellingen ontwikkelde.

Bert Hellinger was oorspronkelijk priester en werkte jarenlang in Afrika als missionaris bij de Zoeloes. In die tijd bestudeerde hij menselijke en culturele verschillen en leerde veel over groepsdynamica. Hij volgde in Wenen een psychoanalytische opleiding, studeerde Primal Scream bij Janov en integreerde deze methode in zijn analytische praktijk. Dat leidde tot een breuk met het psychoanalytische genootschap. Hellinger studeerde verder op de gebieden van Transactionele Analyse, Gestalttherapie, Provocatieve Therapie, NLP. Hij maakte kennis met het werk met opstellingen van de gezinstherapeuten Ruth McClendon en Leslie Kadis. Jay Haley beinvloedde zijn visie op rangorde binnen de familie en Ivan Nagy legde de basis voor zijn denken over de onzichtbare loyaliteit van familieleden naar elkaar en naar het familiesysteem als geheel. Door Irena Precop kwam hij in contact met Festhalttherapie, hetgeen ook een sterke invloed op zijn latere werk zou hebben. Zijn filosofische ontwikkeling werd o.a. sterk beinvloed door Heidegger en door de Duitse schrijver Rainer Maria Rilke.

Uiteindelijk integreerde Hellinger zijn ervaring en kennis in zijn werk met familieopstellingen. Het meest vernieuwende en baanbrekende daarin was en is de ontdekking, dat als men plaatsvervangers naar aanleiding van een vraag een plaats geeft in de ruimte, er een constellatie, een wetend veld ontstaat waarin de gevoelens en gewaarwordingen overeenkomen met die van het oorspronkelijke systeem van de vraagsteller. Daarbij ontwikkelde Hellinger zijn fenomenologische werkwijze: door zichzelf sterk terug te houden ontdekte hij dat in een dergelijke constellatie of opstelling een waarheid naar boven kan komen die tot dan toe onbewust en onbekend was en die heilzaam is en helend werkt. Dit fenomenologisch werken met wetende velden in de vorm van constellaties is de grootste vernieuwende en baanbrekende bijdrage die Hellinger heeft geleverd. In de duizenden opstellingen die hij op deze wijze begeleidde kwam hij daarnaast tot vele belangrijke inzichten over de werking van het geweten in familiesystemen de gevolgen daarvan voor de familieleden. Hij zag hoe mensen de tendens hebben hun persoonlijk geluk en persoonlijke gezondheid onbewust op te offeren ter wille van de gezondheid en erkenning van andere familieleden en hoe familieleden ernstig leed voor elkaar neigen te willen dragen, zelfs als dat leed in vorige generaties plaatsvond. Hij leerde hoe daders en slachtoffers door hun lot aan elkaar verbonden blijven en hoe latere familieleden zich neigen te identificeren met familieleden van weleer die onrecht werden aangedaan. Hij ontdekte hoe kinderen altijd verbonden zijn met hun ouders en dat persoonlijk geluk en gezondheid direct gerelateerd is aan de mate waarin de mens zich kan verbinden met de ouders en voorouders en hen kan aannemen als de bron van leven, lichamelijk en geestelijk. Hij ontdekte dat de rangorde in een familie van groot belang is en dat verstoring van die ordening, bijvoorbeeld doordat kinderen iets willen dragen voor hun ouders of voorouders, leidt tot groot leed. Zo werd het opstellingenwerk een voertuig voor het aan het licht brengen van verstrikking in het lot van familieleden en voor het zoeken naar oplossingsrichtingen daarin; richtingen die leiden tot verzoening en verbinding en van daaruit tot lichamelijke en geestelijke gezondheid en tot verzoening tussen mensen en culturen.

Hellinger beschreef zijn werk in vele boeken en artikelen en er verschenen diverse videobanden over zijn werk. In 1995 testte Hellinger zijn inzichten voor het eerst uit in de context van werk en organisaties. Veel van zijn inzichten bleken ook hier van toepassing en de methodiek van de opstelling was ook in deze context zeer diepgaand, baanbrekend en effectief. Nadat Hellinger deze belangrijke basis had gelegd nam zijn werk een enorme vlucht. Hellinger zelf verspreidde het werk door de wereld over te reizen en overal zijn werk te introduceren. In Duitsland namen veel anderen zijn methodiek over, verwierven nieuwe inzichten en ontwikkelden nieuwe toepassingen. Belangrijk daarin was de invloed en de hulp van Gunthard Weber, die Hellingers werk als eerste documenteerde. Weber werd daarna een belangrijke drager van de organisatieopstelling. Mensen als Albrecht Mahr, Jakob Schneider, Matthias Varga von Kibed en vele anderen droegen veel bij aan de verdere ontwikkeling van het opstellingenwerk. Sinds een aantal jaar krijgt de organisatieopstelling daarbinnen de unieke plaats en eigen ontwikkeling die passend is bij die context. Andere toepassingen, zoals loopbaanopstellingen en supervisieopstellingen, ontwikkelen zich daar parallel aan.

In Nederland werd het werk met systemische opstellingen in belangrijke mate geintroduceerd door Jan Jacob Stam en door Peter van Zuilekom en Otteline Lamet. Dit mondde uit in de oprichting van de werkgroep Systemische Opstellingen Nederlands Taalgebied (SONT), inmiddels de Stichting Sont, een inspiratiegroep voor de ontwikkeling van Systemisch werk in Nederland en Vlaanderen.